Pilotenlijn Vollenhove-Meppel


Terug naar ‘Luchtoorlog’ Terug naar ‘Lezen’ Article in English


Auteur: Aaldert Pol

Aanvankelijk luidde de instructie aan neergekomen vliegers, dat ze zich over moesten geven als ze in vijandelijk gebied waren geland. Begin 1943 was daar verandering in aangebracht en werd opdracht gegeven om naar Engeland terug te keren. Er werd zelfs een premie en ook verlof van enkele weken in het vooruitzicht gesteld als Engeland werd bereikt.

De illegaliteit speelde daarop in en deed al het mogelijke om de piloten via georganiseerde ontsnappingslijnen naar een neutraal land te brengen. Zo wordt voor Friesland het totaal aantal vliegers dat niet in Duitse handen viel op 245 geschat.

(Bron: Ypma, Y.N., “Friesland Annis Domini 1940-1945”, 1965. p.247).

Inleiding

De hulp aan piloten in de Noordoostpolder was minder riskant dan de hulp erbuiten. Bij de uitvalswegen stonden soms wachtposten en werd het gevaarlijker, maar het op een pilotenlijn zetten van vliegeniers was het gevaarlijkst. Daar was een behoorlijke organisatie voor nodig. In de polder waren de omstandigheden niet optimaal voor georganiseerd verzet. De mensen kenden elkaar niet en wisten dus ook niet precies wie wel of niet te vertrouwen was.

ArbeidersKampKadoelen43-44Hi
Arbeiders van Kamp Kadoelen ergens tussen 1943 en 1944 Bron: www.flevolandsgeheugen.nl

Verzetsgroep Visser

De verzetsgroep rond Harmen Visser heeft enige tijd in kamp Kadoelen vergaderd. De kampbeheerder A. Overink was betrokken bij het illegale werk maar noteert sober over dit werk; “We verspreidden wat lectuur en verleenden soms hulp aan piloten”. Hij was via Dominee J. Wolven uit Sint Jansklooster met het verzet in contact gekomen.

Resitance group Harmen Visser - may - 1945hh
Foto uit mei 1945 van de verzetsgroep van “Ome Willem” (Harmen Visser) uit Vollenhove (onder v.l.n.r.) Heine Rozema (28, monteur), Arie Rodermond (20, veehouder), Maarten Slot (22, elektricien); (tweede rij, v.l.n.r.) Geert Stoker (met laarzen), ds. J. P. Honnef, Roel Buimer (22, kantoorbediende), Lies Arons-Biallosterski, Bob Arons, Evert van der Linde, Bernard Jalink (25, bankbediende), Sergei Iwanowitsch Sokolow (31, winkelbediende); (derde rij v.l.n.r.) Ab Overink (23, kantoorbediende, bril), Iwan Andrejewitsch Zubanow (22, bankwerker), Jan de Koning (18, student), Arend Rodermond (25, veehouder), Gerrit Kuperus, (achter v.l.n.r.) Jan van Roon (23, monteur), Henk Buimer (1924-1981, bankwerker, toen 20). De foto van de groep werd gemaakt in de tuin van de Lindenhorst, waar ze na de oorlog kantoor hielden. Het gebouw was ‘gevorderd’ van dokter Jansen, die als NSB-er was afgevoerd (Bron: www.HenkVanHeerde.nl).

Kingma

Het aannemersbedrijf van de Kingma’s speelde een sleutelrol in de pilotenhulp. Dat bedrijf was nauw betrokken bij de bouw van boerderijen en burgerwoningen in de polder. De hoofdvestiging van het bedrijf stond in Leeuwarden met een timmerfabriek onder leiding van Harm Kingma. Daar kwamen de draden samen van de Friese Knokploeg onder leiding van de kopstukken P. Oberman en Kr. van der Helm.

De werkplaats van het aannemersbedrijf Kingma in Vollenhove. Veel boerderijen en woningen in de NOP zijn door dit bedrijf gebouwd.
De werkplaats van het aannemersbedrijf Kingma in Emmeloord. Veel boerderijen en woningen in de NOP zijn door dit bedrijf gebouwd.

De broer van Harm, Marten Kingma (1893-1965) vestigde zich in 1942 in Vollenhove. Hij werd de algemeen directeur van het bedrijf Kingma. Naast het bedrijf woonde nog de zwager Jaap Muller, de hoofduitvoerder. Hij was de man van de hiervoor genoemde speurtocht door de rietvelden [Zie artikel: De B-17 van piloot Bob Harrah]. Verder waren als chauffeur in dienst Meindert Heidema (1900-1990) en Klaas Bijlsma. Ook zoon Frank vervoerde, aanvankelijk zonder rijbewijs, tal van piloten. Het bedrijf beschikte over drie personenauto’s en een tweetal vrachtwagens, gespoten in de grijze kleur van de Wehrmacht. Aan de voorzijde van de auto’s werd vaak het bordje NOPolder geplaatst. Dat bordje deed soms wonderen. Het bedrijf had het recht om over de polderwegen te rijden.

In de polder zelf woonden nog de uitvoerders K. Damstra en P. Sandra. De medewerkers van het bedrijf kwamen dagelijks in de polder. Zij kenden ook de kampbeheerders die betrouwbaar waren. Op deze manier kon de hulp aan piloten worden georganiseerd. De piloten werden in Vollenhove vooral bij Marten Kingma ondergebracht, bij zijn zwager Jacob Muller, bij notaris Van Kluyve of bij E. van der Linde in de Moespot. Vanuit Vollenhove werden ze onder het mom van lifters verder geholpen naar Meppel.

Bijlsma

Chauffeur Klaas Bijlsma over de manier waarop zijn baas dat regelde:

“Klaas, je moet nog even met een vrachtje naar Meppel. Rijd langs de Oldenhof, daar staan een paar mensen langs de kant van de weg, die je mee moet nemen”. Je wist dan al dat het om piloten ging. Daarop reed ik met die mensen meestal via Zwartsluis-Beukerssluis naar Meppel. De sluis was het gevaarlijkste punt, want als er controle was kon je geen kant op. Het laatste deel van de route ging over de Zomerdijk langs het Meppelerdiep. Aangekomen op de plaats waar het water het dichtst de weg nadert stopte ik en liet de piloten uitstappen. Daar lag toen langs het Diep nog een jaagpad. Ik wees de mensen de richting die ze moesten lopen. Conversatie werd niet gevoerd, want ik verstond geen Engels.”

(Bron: Pol, A., “Chauffeur in oorlogstijd”, ‘de polderkrant’, 23 maart 1992)

Na de oorlog bleek hoe belangrijk de schakel in Meppel was geweest voor zowel de piloten uit Friesland als uit de polder.

De Kingma’s bezitten een lijst met 37 door hen geholpen piloten. Er ontbreken er vijf, want het totale aantal bedraagt 42. Van deze 42 waren de meesten uit de polder afkomstig. In het familiealbum van mevr. R. van Dijk-Kingma bevonden zich ook enkele foto’s van de geholpen vliegers. De pasfoto’s waren nodig geweest om de piloten aan vervalste persoonsbewijzen te helpen.

De zogeheten "Lijst Kingma" waarop de namen staan van 37 van de 42 vliegeniers die via zijn verzetsgroep werden geholpen om uit handen van de Duitsers te blijven.
De zogeheten “Lijst Kingma” waarop de namen staan van 37 van de 42 vliegeniers die via zijn verzetsgroep werden geholpen om uit handen van de Duitsers te blijven.

Soetendal

Wiebe Soetendal heeft één keer in zijn leven een piloot achter op de motor meegenomen naar Kampen. Daar aangekomen kon men de man toch niet verder helpen en toen werd de vlieger naar Vollenhove gebracht naar notaris Van Kluyve. Het was Soetendal bekend dat piloten via Vollenhove verder geholpen konden worden. Maar de piloot kwam toch naar Kampen terug omdat de pilotenlijn-Vollenhove op dat moment niet functioneerde. Soetendal weet niet hoe de afloop is geweest.

Knipmeijer maakte in een rapport van september 1945 melding van het feit dat de gevonden piloten uit het zuidelijke deel van de polder via J.L. Snoep op een pilotenlijn werden gezet (Bron: Knipmeijer, A.J., “Neêrlands Onderduikers’ Paradijs”. Dossier Ministerie van Sociale Zaken, september 1945. Kopie archief gemeente Noordoostpolder).

Wiebe Soetendal wist niet dat deze lijn bestond.

Het is aannemelijk dat het aantal piloten dat via Kampen ontsnapte gering is geweest. De vluchtroute liep uitsluitend via Vollenhove. Tenslotte nog de aantekening dat er vanuit de polder ook enkele vliegers via Urk zijn ontsnapt. Het betreft een aantal beneden de tien.

Het totale aantal ontsnapte vliegers uit de Noordoostpolder ligt waarschijnlijk boven de 50.

Marten Kingma, de regisseur


Marten Kingma’s zoon Frank (1925) leeft nog en vertelde het één en ander over die tijd van toen. Zijn vader was voor ieder de man van gezag, hij was de centrale figuur en steeds dominant aanwezig. Niet-familieleden (Evert van der Linde (1919-2006), Klaas Bijlsma (1920-2013) onderschrijven dat. Hij was de geboren leider en gaf de opdrachten op een manier dat weigeren uitgesloten was. Het ging zo: “Frank, als jij nou vanmiddag even drie pakketjes naar Meppel brengt!” Dan wist Frank al dat zijn vader telefonisch contact had gehad met Peter van der Hurk uit Meppel. Hij deed dat zonder tegenspraak. Kingma sr. was een man van weinig woorden, maar met zoveel gezag uitgesproken, dat je gewoon deed wat van je gevraagd werd. Je nam ook zonder meer aan dat het verantwoord was. Je dacht daar niet over na.

Frank kan er nog veel van vertellen. In Vollenhove kreeg men wegens onvoldoende verduistering bezoek van de Duitse commandant. De officier kwam met veel kabaal naar binnen met achter zich twee soldaten met het geweer aan de schouder. Frank daarover: “Mijn vader kende geen Duits. Ik moest vertalen en dan begon ik: “mein Vater sagt … dat het geen pas geeft om op deze manier een woning binnen te komen. Of hij die soldaten maar naar buiten wilde sturen, anders zou hij de commandant in Zwolle van de zaak op de hoogte stellen.” En waarachtig, ze gingen naar buiten. Daarop begon het gesprek over de verduistering en het eind van het liedje was dat vader het vertikte om alles potdicht te maken. En het werd nog geaccepteerd ook.

Een ander voorbeeld betrof de aanhouding van hun auto ergens in Nederland. Ze moesten het Ausweis laten zien. Er werd geblaft … Name! Vader vertikte het en wees naar het papier, waarop de naam al stond.

Overigens was men soms ook ontstellend naief en roekeloos. Frank herinnert zich nog hoe de mitrailleur met de kogelbanden afkomstig uit een neergekomen vliegtuig zomaar in de garage lag. Deze mitrailleur was bestemd voor de Knokploeg-leider Oberman in Friesland.

Marten Kingma

Marten Kingma was atheist, maar ging vriendschappelijk om met anders-denkenden. Zo was de gereformeerde predikant Tjadens nogal eens op bezoek. Een bijzonder aardige vent, volgens Frank, die ook in het verzet zat. Hij kreeg de bijnaaam van “Het vliegend evangelie”. Dominee Tjadens overleed tijdens de oorlog aan difterie.

Bij de beoordeling van de mensen deed de godsdienst er niet toe. Voor Kingma gold alleen ‘of de man vertrouwd was’. Had je éénmaal zijn vertrouwen beschaamd, dan was het ook voorgoed afgelopen met de contacten. Hij was fel anti-nazi en had na de oorlog nog steeds een gruwelijke hekel om door Duitsland te reizen. Hij wilde er in ieder geval niet pauzeren om te eten.

Harm Kingma

Harm Kingma in Leeuwarden was Mennoniet en had principieel bezwaar tegen het gebruik van geweld. Zijn broer Marten was politiek sociaal-democraat en dat betekende voor de oorlog ook afkeer van wapens. Toch zouden beide broers, toen de nood aan de man kwam, er geen moment voor terugschrikken om de wapens tegen de bezetter op te nemen. In juli 1944, na de arrestatie van de beide chauffeurs Meindert Heidema en Klaas Bijlsma, moest de hele familie onderduiken. Ze trokken naar Eernewoude waar de grootouders woonden. In de Oude Vennen lag een woonark waarin de familie verbleef

Verzetskruis

“Voor vader was het een heel moeilijke tijd toen zijn chauffeur Klaas Bijlsma opgesloten zat in de gevangenis in Leeuwarden. Hij fleurde geheel op toen deze weer vrijkwam. “

Na de oorlog was de familie zwaar gedupeerd door de vele maanden van onderduiken. De tijd van aanpakken was weer begonnen. Over de oorlog werd niet meer gepraat. De handen uit de mouwen en er weer tegen aan.

De kinderen zongen: grote schoppen, lage lonen. Hij gaf zelf het voorbeeld en had aan vier uur slaap genoeg.

In 1955 trof hem een ernstig auto-ongeluk. Op 9 december 1965 overleed Marten Kingma in het ziekenhuis van Arnhem. De crematie vond vijf dagen later plaats te Groningen.

Uitreiken Verzetsherdenkingskruis
Dragers van het verzetskruis: v.l.n.r.: Hein Rosema, Jan van Loon, Ab Overink, minister Jan de Koning, Bob Arons, Roel Buimer, Arend Rodermond en Maarten Slot.

Uitreiking Verzetskruis

In december 1983 vond in Vollenhove de uitreiking plaats van maar liefst vijf eremedailles aan leden van de Groep Vollenhove van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in de Tweede Wereldoorlog. Ze kregen allemaal het Verzetskruis. Van links naar rechts op de foto: Hein Rosema, Jan van Loon, Ab Overink, minister Jan de Koning, Bob Arons, Roel Buimer, Arend Rodermond en Maarten Slot. Ab Overink en Bob Arons hadden het Verzetskruis al eerder ontvangen. Minister Jan de Koning, geboren in Zwartsluis, reikte de medailles uit.

Bronnen
Boek: “De bevrijding van het Nederlands Onderduikers Paradijs”, door Aaldert Pol. Uitgave Museum Schokland, 1995, Schoklandreeks nr 4.

Emmeloord.info
www.flevolandsgeheugen.nl
www.henkvanheerde.nl
www.teunispats.nl
nl.wikipedia.org

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *