Mustang “Sweet Suzanne”


Terug naar ‘Luchtoorlog’


Auteur: Hans Hollestelle

Het is 1943 als op 3 maart 1944 als in de Noordoostpolder een geallieerd jachtvliegtuig een noodlanding maakt. Het is de in 1923 geboren  Hal White. Hoe hij op die dag in de polder terechtkwam, en uiteindelijk in Antwerpen pas werd opgepakt leest u hieronder.

Inleiding

Toen de United States Army Air Force (USAAF) in 1943 mee ging vechten in Europa, werden de missies met bommenwerpers boven Duitsland zonder escorterende jachtvliegtuigen uitgevoerd. Er waren geen jachtvliegtuigen die zo lang in de lucht konden blijven als de bommenwerpers. Dat verbeterde toen de jachtvliegtuigen werden uitgerust met drop-tanks. Dit waren grote benzinetanks die extern aan de romp of aan de vleugels bevestigd werden. Als ze leeg waren, of als de piloot van het jachtvliegtuig in actie moest komen, kon hij deze drop-tanks afwerpen. Vandaar hun naam. Ze vielen neer op de grond en werden vaak door de vinders hergebruikt als bootje of als watertank.

DropTank
Een drop-tank wordt bevestigd onder de vleugel. Zo kon veel meer brandstof worden meegenomen door de jachtvliegtuigen. Bij een luchtgevecht konden de drop-tanks worden afgeworpen.

De P51 Mustang

Vroeg in 1943 werd in de VS de massaproductie opgestart voor de  P-51B Mustang.  Dit jachtvliegtuig was ontworpen door de fabrieken van North American Industries. Voorgaande versies van de Mustang waren uitgerust met een Amerikaanse Allison V-12 motor die vooral op grote hoogte tekort schoot. Britse vliegtuigen als de Hawker Hurricane en de Supermarine Spitfire waren uitgerust met de Rolls Royce Merlin V-12. Deze motor deed het prima als er op grote hoogte mee werd gevlogen.

Toen kwam iemand op het idee om de P-51 Mustang uit te rusten met een Merlin-motor. De Amerikaanse autofabriek Packard was in de Tweede Wereldoorlog onder licentie Merlin-motoren gaan bouwen.  De motoren werden in grote aantallen verscheept naar Groot Brittannië. Hier werden ze in  HurricanesSpitfiresMosquito’s en Lancasters Mk III’s gebouwd. De combinatie van een Mustang met een Packard-Merlin V-12 bleek een uitstekende. Plotseling hadden de Geallieerden de beschikking over een jachtvliegtuig dat de bommenwerpers vanuit England helemaal tot aan Berlijn en terug kon begeleiden. De ideale escorte-jager was geboren: de P-51B-1-NA (NA = North American, de fabriek in de staat Californië).

Taken on as a replacement for his first P-51B 42-103968 Donna, ÔWoodieÕ SpearsÕ KITTEN had already carried Charles McGee through a 136-mission tour. ÒKITTENÓ was my wifeÕs nickname, McGee explained, but also my crew chief Nathaniel Wilson, kept that engine purring like a contented kitten. McGee would fly Mustangs in Korea, and then flew RF-4 Phantom IIs as commander of the 16th Tactical Reconnaissance Squadron in Vietnam, amassing 408 combat missions over the course of his 31-year career. SpearsÕ tenure in the military was shorter Ð he was hit by heavy flak over Berlin during the 332ndÕs Distinguished Unit Citation-winning mission on 23 March 1945. With part of its wing sheared off, Spears coaxed KITTEN to a wheels up landing in Poland, where he was briefly held as a POW before his captors were overrun by the Soviets. The first KITTEN ended its proud career in a Polish scrap yard.
Het silhouet van de P-51-B. De eerste versie van de Mustang die met een Packard Merlin V-12 werd uitgerust. Dankzij de Merlin-motor en twee drop-tanks aan de vleugels kon deze jager bommenwerpers tot boven Berlijn en terug escorteren.

Deze ontwikkeling zou de luchtoorlog helemaal veranderen. In Europa kon nu het overwicht in de lucht tegen de Duitse Luftwaffe worden afgedwongen. De Duitse Luftwaffe werd vanaf nu in de lucht door escortejagers onderschept vóór ze de bommenwerpers konden aanvallen. Sterker nog, de toestellen van de Luftwaffe werden hierna ook aangevallen terwijl ze even op de grond stonden om te worden bijgetankt of geparkeerd stonden op hun thuisbasis.

Piloot Hal White

De Amerikaan Horace ‘Hal’ Bedford White werd op 8 maart 1923 in de staat Texas geboren. Hij nam op 1 april 1942 in Memphis, Tennessee dienst bij het leger als technicus bij de Amerikaanse luchtmacht (Aeronautical Engineer). Hij werd opgeleid tot piloot. Na zijn opleiding werd hij naar Groot Brittannië gestuurd om te gaan vliegen. Hij kwam terecht bij het 355e Fighter Squadron op vliegveld Boxted in Essex, Engeland.

RAFBoxted
Vliegveld Boxted in Essex in Zuidoost Engeland.

De vliegvelden waar jachtvliegtuigen van de geallieerden waren gestationeerd, lagen in een gordel langs de kust van het Kanaal en de Noordzee. Zo ook vliegveld Boxted in Essex. Het was de thuisbasis van o.a. het 355e Fighter Squadron van de Amerikaanse 9e Luchtmacht (USAAF Station AAF-150). Hun taak was het onderscheppen van vijandelijke vliegtuigen die Engeland aanvielen. Hiernaast escorteerden zij de grote formaties Amerikaanse viermotorige bommenwerpers. Deze bestonden uit B-17 Flying Fortresses en de B-24 Liberators die overdag hun missies naar Nazi Duitsland vlogen.

P-51B-1-NA Mustang43-12408 355thFighterSquadron
P-51B-1-NA Mustang (# 43-12408) van het 355e Fighter Squadron.

3 maart 1944

Op 3 maart 1944 steeg Lieutenant Hal White om 10:00 uur in de ochtend op van vliegveld Boxted. Zijn P-51B-1-NA Mustang (#43-12264) heeft de bijnaam “Sweet Suzanne”. Zijn missie is naar Berlijn. Zijn opdracht heette Penetration Support. Hij moet de bommenwerpers escorteren, en naar eigen goeddunken gronddoelen aanvallen.

Om 11:05 uur kreeg White boven de Duitse havenstad Emden te maken met een motorstoring. White maakte rechtsomkeert om Engeland nog te kunnen halen. Boven Nederland was het gedaan. Zijn oliedruk viel weg. Voor een éénmotorig jachtvliegtuig betekent het een noodlanding maken. Of, als er nog genoeg hoogte is, per parachute het toestel verlaten.

horace-b-white-mayday
Verslag door piloot Dalglish die vanuit een andere escorte-jager piloot White zag neerstorten. Merkwaardig genoeg beschrijft hij dat White per parachute zijn toestel verliet terwijl deze in werkelijkheid een noodlanding maakte met zijn Mustang.

Piloot Hal White besloot om 11:15 uur een noodlanding  te maken. Hij komt terecht in de Noordoostpolder bij Blokzijl. (De latere ‘Uiterdijkenweg’- kavel R-21).

Onderduiken

Na de geslaagde noodlanding maakt White zich uit de voeten en verstopt zich in een hooiberg. De volgende dag weet G. Weijs, lid van het Blokzijler verzet, hem naar Vollenhove te brengen. Hij komt daar terecht bij de verzetsgroep van Marten Kingma. Hal White wordt doorgestuurd naar Jille Zijlstra van het verzet in Drachten en zit 14 weken in Friesland ondergedoken. Later wordt hij per trein via Amsterdam naar de provincie Noord Brabant overgebracht. Hier kreeg hij tijdelijk onderdak bij de familie Otten in Erp. Dit was van 24 tot 26 juni 1944, zo staat genoteerd in het gastenboek van deze familie.  Naast Hal White heeft deze familie heel veel vliegeniers opgevangen.

Gevangenschap

Nadat White succesvol was geholpen om de grens met België over te steken, belandde hij in Antwerpen. Daar is hij alsnog tegen de lamp gelopen en opgepakt door de Duitse Gestapo. Hij zat de verdere oorlog uit in krijgsgevangenschap in Stalag Luft I bij het stadje Barth-Vogelsang.

Hij werd uit het krijgsgevangenkamp op 1 mei 1945 bevrijd. Op 1 juni 1945 was hij terug in de Verenigde Staten.

Hal White overleed in het jaar 2000 in de staat California in de Verenigde Staten.

Bronnen:

www.teunispats.nl
www.en.wikipedia.org
ftpmirror.your.org
wp.scn.ru
www.csn.ul.ie
35prs.wordpress.com
justacarguy.blogspot.nl
www.air-shows.org.uk
www.wallpaperscraft.com
en.wikipedia.org
www.americanairmuseum.com
myfatherinwwii.blogspot.nl www.network54.com
en.wikipedia.org
www.littlefriends.co.uk
en.wikipedia.org

Een gedachte over “Mustang “Sweet Suzanne”

Reacties zijn gesloten.