Verzet


Terug naar ‘Lezen’


Onderduikers

Voorkant van een Ausweis, een vergunning om te werken
Ausweis voor de Noordoostpolder

De Noordoostpolder geeft de mogelijkheid in de oorlog om als arbeider aan de slag te gaan. De Noordoostpolder blijkt namelijk voor de Duitsers wel van belang in verband met de voedselvoorziening. Wel heeft iedere arbeider een Ausweis nodig, een vergunning.

De eerst onderduikers komen druppelsgewijs, later bij honderden tegelijk en volgens Knipmeijer: “eerst schuchter en zonder vertrouwen, later in de vast overtuiging dat hun daar niets zou overkomen”.

Knipmeijer verheft ze allemaal  tot “landarbeider”, met een alom beschermend Ausweis. Het Kamper verzet met als contactpersonen Izaäk van der Horst en Hilbert van Dijk, zorgen voor valse stempels en andere benodigde attributen.

Mevrouw Knipmeijer vertelt: “De echte zware gevallen kwamen zich bij ons thuis in de Boelestraat melden. Die durfden  zelfs niet in het kantoor aan de Molenstraat te komen”.

Onderduikersbank, geplaatst op het Harmen Visserplein in 1967
Onderduikersbank, geplaatst op het Harmen Visserplein in 1967

Voor de polderarbeiders gelden  heel bijzondere regels. Ze krijgen, wanneer zij ingeschreven zijn als landarbeider, honderd procent toeslag op het levensmiddelenpakket. Deze levensmiddelen worden niet persoonlijk verstrekt, maar de kampbeheerder toebedeeld. Vanuit  de centrale keuen in het kamp verstrekt de kok het eten aan de arbeiders. op de manier wordt een Ausweis geheel op legale wijze uitgegeven.

Pilotenhulp

Luchtgevechten boven de polder zijn aan de orde van de dag. Veilig neergekomen geallieerde vliegeniers worden door het verzet goed verzorgd. Als Duitsers een prikactie hielden, weten ze niet of die zwoegende man een landarbeider is of een Amerikaanse vliegenier. Dat het verzet in de polder  echt begint warm te draaien, is goed te zien door het voorbeeld op 7 juli 1944.  Een viermotorige Amerikaanse bommenwerper, de ‘Paragon’ komt op tien kilometer ten noorden van Emmeloord in vrijwel onbeschadigd aan de grond.

Peter Miskinis met Pieter Hakvoort en Aaltje Hakvoort
Peter Miskinis, zijschutter uit de Amerikaanse B-17 Flying Fortress van piloot Russel Gecks op Urk met Pieter Hakvoort en Aaltje Hakvoort.

Marechaussee en Duitse militairen stellen een krachtig onderzoek in naar zes vliegeniers uit het vliegtuig. Zij zijn eruit gesprongen met een parachute. Ze zijn onvindbaar. Verzetsmensen zijn de Duitsers voor geweest. De vijand vertrouwt er stellig op, dat de vliegeniers bij de paar toegangspunten waarlangs je de de polder kunt verlaten wel gegrepen zullen worden. De Duitsers vergeten daarbij dat de vliegeniers niet aan hun lot worden overgelaten. Het verzet voorziet de vliegeniers van burgerkleding en weet ze ongemerkt buiten de polder te brengen. Dit gebeurt meerdere keren en soms wordt de ziekenbarak van Vollenhove gebruikt als tussenstation.

Wapendroppings

Het verzet wil echt iets tegen de bezetter doen. Dit kan met en zonder wapens. Met wapens kunnen er bijvoorbeeld overvallen gepleegd worden. Het verzet in de polder wil dan ook graag zoveel mogelijk wapens.

Voorbeeld van een container waarin wapens zitten
Voorbeeld van een container waarin wapens zitten

Via het opgerichte hoofdkwartier van de verzetsbeweging in Overijssel heeft het verzet een uitstekend contact Engeland opgebouwd. Zo zijn de voorbereidingen gemaakt voor de succesvol uitgevoerde wapendroppings. In de containers zaten wapens, munitie en radio’s. Deze werden aan een parachute uit een vliegtuig gedropt.

Het westelijk deel van de Noordoostpolder polder met het hoge riet en het moeras, was hiervoor het meest geschikt, mits op maanloze nachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *